Vragen over vergelingsziekte

De manier van verspreiding (persistent voor BMYV en BChV of semi-persistent bij BYV) en de hoeveelheid schade die het virus kan aanrichten verschilt per virus. Maar zelfs de zwakste variant (BChV) kan al tot 30% opbrengstverlies leiden. Dus het is tussen 1 april en 15 juli belangrijk om bladluizen te tellen en bij overschrijden schadedrempel te spuiten. Zie ook de publicatie ‘Beheersing van vergelingsziekte’ of teelthandleiding 10.7.2 Vergelingsziekte.

Ja, sinds 2019 bestaat er weer een bladluiswaarschuwingsdienst. Dit is een samenwerking tussen Cosun Beet Company, Delphy en IRS. Medewerkers van Cosun Beet Company en Delphy tellen van 1 april tot 15 juli elke week bladluizen op ongeveer 100 percelen suikerbieten. De resultaten van de tellingen zijn zichtbaar in de bladluiskaart. Deze kaart is via het Cosun Ledenportaal (via de tegel ‘BAS’), de BAS-app en via www.irs.nl/bladluiskaart te bekijken. Tussen 1 april en 15 juli wordt hierop met kleuren aangegeven op welke locaties groene bladluizen gevonden zijn en waar de schadedrempel is overschreden (rode icoontjes). Naast de groene (waar geen groene bladluizen gevonden zijn) en rode icoontjes zijn er ook oranje icoontjes, die aangeven dat er wel groene bladluizen gevonden zijn, maar dat de schadedrempel nog niet overschreden is in dat bietenperceel. Een overschrijding van de schadedrempel op de bladluiskaart dient als extra waarschuwing om het eigen bietenperceel te controleren. Het is echter bekend dat de spreiding tussen percelen heel groot kan zijn, vanwege verschillende voorvruchten, verschillende manieren van grondbewerking en de verschillen in aantallen natuurlijke vijanden. Daarom blijft wekelijkse controle op de eigen percelen erg belangrijk. Er wordt door Cosun Beet Company in overleg met IRS en Delphy per sms een waarschuwing per gebied verstuurd. Zie hieronder ook het filmpje 'Vergelingsziekte beperken: wekelijks waarnemen tot half juli noodzakelijk'.

Wekelijks een uur tellen geeft een goede indicatie van de bladluispopulatie. 

Meeste bladluizen zullen zich aan de onderkant van de bladeren bevinden en/of op de hartbladeren (heel jonge bladeren). Controleer de planten van buiten naar binnen, zie ook onderstaand filmpje ‘Controle bietenperceel op groene bladluizen’. Bladluizen vinden we vaak als eerste in de luwtes. Controleer dus vooral achter dijken, naast bossen of bomen.

Het is aan te raden om op meerdere plekken in het veld te tellen omdat de bladluizen vaak haarden vormen. Door op één plek te tellen kunt u een vertekend beeld krijgen van de bladluissituatie. Daarom is het advies om verspreid over het bietenperceel minimaal 20 planten per week te bekijken en bladluizen daarop te tellen. Omdat bladluizen zich vaak in luwtes ophouden, is het aan te bevelen zeker te kijken achter dijken, naast bossen of bomen. Zie ook onderstaand filmpje ‘Controle bietenperceel op groene bladluizen’.

Dit hangt van uw locatie en de severiteit van de winter af. Bij een zachte winter kunnen er vanaf opkomst al bladluizen voorkomen op percelen in Zeeland en Limburg. In het noorden komen bladluizen meestal wat later. Het advies is om vanaf opkomst te beginnen met tellen. Zie hieronder ook het filmpje 'Vergelingsziekte beperken: wekelijks waarnemen tot half juli noodzakelijk'. 

Neem contact op met uw teeltadviseur. Hij of zij kan u wellicht helpen bij het tellen. 

Planten zullen geel beginnen te kleuren 6 tot 9 weken na infectie. Daarom is het belangrijk om vanaf opkomst bladluizen goed in de gaten te houden omdat uw perceel al hevig besmet kan zijn voordat u de eerste symptomen ziet.

Nee, het kan ook iets anders zijn. Symptomen van magnesiumgebrek en schade door wantsen lijken sterk op symptomen van vergelingsziekte. Opvallend is daarbij dat vergelingsziekte vaak in ronde plekken voorkomt, wat bij magnesiumgebrek en aantasting door wantsen niet het geval is. Als u twijfelt is het verstandig om aan het blad te voelen. Als dit verdikt is en leerachtig aanvoelt en een knapperend geluid maakt als u het breekt is de kans groot dat het vergelingsziekte is. Bij twijfel kunt u contact opnemen met uw teeltadviseur. Hij of zij kan eventueel een monster ter diagnose aanbieden bij IRS Diagnostiek.

Tabel 1. Verschillen tussen vergelingsziekte, wantsenschade, magnesiumgebrek.

 

vergelingsziekte

wantsenschade

magnesiumgebrek

wordt veroorzaakt door

virussen overgedragen door met name de groene perzikluis

het aanprikken en zuigen van wantsen

slechte opname van magnesium

uiting op perceel

scherp afgeronde plekken

individuele planten

banen, plekken of individuele planten

locatie op perceel

op hele perceel, maar eerste plekken verschijnen meestal in luwtes

naast bossen of houtwallen

overal op het perceel, vaak is wortelstelsel aangetast of vertakt

schadebeeld

begint bij bladpunten, later hele bladeren en vervolgens hele planten

alleen bladpunten van aangetaste bladeren

begint bij bladpunten tussen de nerven, later hele bladeren

symptomen

aangetaste bladeren dik en broos, leerachtig

aangetaste bladpunt zeer geel, eventueel kromme hoofdnerf en slappe bladpunt

geen verdikkingen en/of misvormingen in het blad, soms bros, knapperig blad

typisch kenmerk

 

aan achterzijde van hoofdnerf is een zwarte streep zichtbaar en vanaf deze streep begint het geel

 

schade

tot 50%

nihil

matig

In de Teelthandleiding vindt u meer informatie over de beheersmaatregelen.


Foto 1. De symptomen van vergelingsziekte beginnen vanuit de bladtop.


Foto 2. Later kleurt bij vergelingsziekte het hele blad geel. Het blad wordt bovendien dikker en brosser, waardoor het leerachtig aanvoelt.


Foto 3. Vergelingsziekte verschijnt in scherp afgeronde plekken in het perceel.


Foto 4. De symptomen van magnesiumgebrek beginnen ook vanuit de bladtop, net zoals de symptomen van vergelingsziekte, maar bij magnesiumgebrek is duidelijk geelverkleuring tussen de bladnerven zichtbaar.


Foto 5. Beeld van magnesiumgebrek. De symptomen verspreiden zich net als vergelingsziekte over het hele blad.


Foto 6. Een aangetaste plant met magnesiumgebrek kan individueel voorkomen, maar vaak ook in banen of stroken. Omdat de opname vaak beperkt wordt, is het bij vermoeden van magnesiumgebrek altijd belangrijk de wortels te bekijken op aantastingen door bijvoorbeeld aaltjes en een bespuiting met een magnesiumbladmeststof uit te voeren om de schade door nutriëntengebrek te voorkomen.


Foto 7. Doordat de wants in de achterzijde van de hoofdnerf prikt, groeit het blad vaak krom en wordt alleen geel boven de plek waar de wants in de hoofdnerf prikt. Dit is te herkennen aan de zwarte streepjes in de hoofdnerf.


Foto 8. Wantsenschade komt vaak voor naast bossen of houtwallen. Alleen bladeren waarvan de hoofdnerf is aangeprikt worden geel.

Ja, uw perceel is niet per definitie schoon en er is nog steeds dreiging tot infectie doordat bladluizen het virus mee kunnen nemen. Bovendien kan de virusdruk volgend jaar nog hoger zijn dan dit jaar.

Zoals op onderstaand kaartje is te zien, komt vergelingsziekte door heel Nederland voor. Meer informatie is te vinden in de publicatie ‘Bladluiswaarschuwingsdienst 2020’.

Figuur. Percelen besmet met BMYV (rood), BChV (geel) en BYV (blauw) op basis van de ingezonden diagnostiekmonsters in 2020.

In 2021 worden de eerste rassen met resistentie/tolerantie voor BMYV onderzocht op de rassenproefvelden. Als alles mee zit, zouden die op zijn vroegst beschikbaar komen voor 2024. Voor de beheersing van vergelingsziekte is het eigenlijk belangrijk dat de rassen resistent/tolerant zijn voor alle drie de vergelingsvirussen. Het is nog niet bekend wanneer dit soort rassen beschikbaar komen.

Teppeki (0,14 kg/ha) kan worden gebruikt. Daarnaast hebben Batavia (0,45 l/ha + 1 l/ha Robbester) en Closer (0,2 l/ha) een vrijstelling van 1 april tot en met 15 juli 2021. Batavia mag twee keer worden ingezet met een interval van minimaal 14 dagen. Gebruik in ieder geval geen pyrethroïden: deze komen niet op de plek waar ze moeten komen om de groene bladluizen te kunnen doden. En bovendien sparen pyrethroïden de natuurlijke vijanden niet. Zie ook het ‘GewasBeschermingsBulletin’.

Naast een negatief effect op de wortelopbrengst, hebben vergelingsvirussen ook een negatief effect op het suikergehalte. BChV, BMYV en BYV veroorzaken respectievelijk maximaal 30, 35 en 50% schade. Dit is dus de maximale schade in de gele plekken. Daar waar de bieten nog groen staan, is ook geen schade ontstaan in een perceel. Dus stel dat in het perceel 20% van de bieten geel is als gevolg van BYV, welke tot maximaal 50% schade leidt, dan is de opbrengstderving maximaal 10%. 

Bij -7°C gaat ongeveer 50% van de nymfen en volwassen bladluizen dood. Eieren kunnen strenge vorst wel overleven. In jaren met strenge vorst verschijnen bladluizen veel later in de gewassen, doordat het opbouwen van een populatie uit eieren veel langer duurt dan vanuit volwassen bladluizen.

« Terug naar overzicht

GewasBeschermingsBulletin suikerbieten

De voorlichtingsboodschap gewasbescherming suikerbieten 2021 is als bijlage bij Cosun Magazine verschenen. Hij is ook dynamisch op de site en in de IRS-app. Als pdf is hij ook beschikbaar. 

Bewaaradvies vorst
Infectiewaarden stemphylium

Klik op de kaart om de pagina te openen.
Wordt de kaart niet goed weergegeven, klik dan op deze link.

 

Suikergehalte bieten per campagneweek (bron: Suiker Unie)
Cichorei

Naast de suikerbietenteelt is het IRS ook actief in onderzoek en voorlichting voor de cichoreiteelt. Het onderzoek is onder andere gericht op de onkruidbestrijding, rassen en zaadkwaliteit. Alle informatie over de cichoreiteelt, zoals actuele berichten en teeltinformatie, is te vinden op www.cichorei.nl.

Toelatingssituatie

De lijst van in suikerbieten toegelaten gewasbeschermingsmiddelen is geactualiseerd en is te raadplegen op onder andere de IRS-site: www.irs.nl/toelatingssituatie. Deze lijst wordt geactualiseerd door de BO Akkerbouw.